Je stippelt nooit je pad, al leg je broodkruimels, soms loop je dan nog volledig een andere weg op en maak je vele tuimels.
De weg die je bewandeld, bepaal je zelf, het is te zwaar om je rugzak steeds door anderen te laten behagen, dit als kruis is te zwaar om dragen.
Een man, een vlucht naar een plek, zelfs nog niet voor jou een leuke stek, verdorie wat deed ik nu, wolken om je heen verrekt.
Een kind, één vraag, zoveel vragen, waar was je al die dagen, waar was je toen ik pijn had, gewoon een stille wenk, steeds weer dat gedacht, jaren stond ik van wacht.
Een puzzel, zo onnoemlijk groot, alle stukken vallen, wat schrik ik mij dood, steeds weer is er eentje zoek, valt nu eindelijk spijtig genoeg het witte doek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten